Einde wet van Moore

René Raaijmakers
Leestijd: 3 minuten

Het is een filosofische stellingname, maar je kunt best met een stalen gezicht beweren dat we rond 2016 het einde van de Wet van Moore hebben gezien. Althans, in economisch opzicht. Rond die tijd stapte de chipindustrie over op chiptechnologie kleiner dan 28 nanometer. Ineens was het gedaan met gratis meer geheugen en rekenkracht op dezelfde flinter-chips.

Na de 28 nm-generatie bleef de kostprijs van een geprinte vierkante millimeter niet rond dezelfde prijs hangen, zoals in het verleden. Nee, het chipoppervlak werd ineens fors duurder, wel vijftig procent in de generaties onder de 20 nm. De designkosten voor een chip, gerelateerd aan een node bleven zelfs exponentieel stijgen. Om een 5 nm chipdesign in productie te brengen schat marktonderzoeker Yole de investeringen op een half miljard dollar – 542 miljard om precies te zijn, bijna twintig keer meer dan voor een chip in de 65 nm node.

In feite is de economische grondslag verdwenen onder de wetmatigheid die Gordon Moore in 1975 met een eenvoudige streep op logaritmisch papier had gezet. Het is gedaan met gratis meer functies voor hetzelfde geld. Ook de lithografie, infrastructuur, allerlei chemische processen en materialen die nodig zijn om nog meer functies op hetzelfde oppervlak te persen, gingen fors omhoog.

Dit artikel is exclusief voor premium leden van High-Tech Systems Magazine. Al premium lid? Log dan in. Nog geen premium lid? Neem dan een premium lidmaatschap en geniet van alle voordelen.

Login

Problemen met inloggen? Bel dan (tijdens kantooruren) naar 024 350 3532 of stuur een e-mail naar info@techwatch.nl.